Wie de regels van de overheid bekijkt moet bedenken dat het nog erger kan dan nu het geval is.
In het vroegere Besluit Meldingplichtige Bouwwerken, een uitvoeringsregeling van de Woningwet, stonden regels voor de plaatsing van schotelantennes. Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen plaatsing vóór of plaatsing achter een gebouw of woning. In beide gevallen was plaatsing vrij indien doorsnede en hoogte kleiner respectievelijk lager is dan 1 meter. Een schotel achter moest gemeld worden indien de doorsnede groter is dan 2 meter en de hoogte lager dan 3 meter; voor een dergelijke schotel was een vergunning vereist indien de doorsnede groter is dan 2 meter of de hoogte meer dan 3 meter. Een vergunning was ook vereist voor plaatsing van schotels (voor) indien de doorsnede of de hoogte groter respectievelijk meer is dan 1 meter.

De Woningwet is inmiddels gewijzigd en dat heeft geleid tot de volgende veranderingen:
– de categorie vergunningsvrije bouwwerken is verruimd;
– de categorie meldingplichtige bouwwerken is vervallen;
– voor een deel van de categorie vergunningplichtige bouwwerken is naast een reguliere bouwvergunning een lichte bouwvergunning geïntroduceerd.

Dit alles betekent dat er geen preventieve gemeentelijke toets plaats vindt en dat de bouwwerken niet hoeven te voldoen aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening, het bestemmingsplan, de leefmilieuverordening en de welstandseisen.
Wel zijn zij aan verschillende vormen van wet- en regelgeving gebonden. Het gaat daarbij o.m. om ruimtelijke randvoorwaarden en een specifieke regeling met betrekking tot monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten.
Ook is er een excessenregeling in het kader van het repressief welstandstoezicht.

Wij hebben nu dus te maken met het Besluit Bouwvergunningsvrije en Licht-bouwvergunningplichtige Bouwwerken.
Tot de categorie vergunningvrije bouwwerken zal ook worden gerekend:
Het bouwen van een antenne-installatie indien het een schotelantenne betreft die achter het voorerf is geplaatst en waarvan de doorsnede minder is dan 2 m en de hoogte van de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet van de antennedrager, niet meer is dan 3 m.

Lichtvergunningplichtig zal zijn:
– Het bouwen van een antenne-installatie in, op aan of bij een monument als bedoeld in de Monumentenwet of in een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening of in een beschermd stads- of dorpsgezicht.
– Het bouwen van een antenne-installatie waarvan de hoogte, gemeten vanaf de voet van de antenne, of indien de antenne is geplaatst op een antennedrager, de voet van de antennedrager, niet meer is dan 40 m.

In afwijking van de Woningwet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving blijkt er overigens in de praktijk een lappendeken te bestaan zijn van aanvullende gemeentelijke regeltjes die beperkingen inhouden voor al dan niet plaatsing van schotelantennes en hun afmeting en doorsnede.
Volgens het ministerie van VROM zijn deze praktijken niet toegestaan.